Iedereen maakt deel uit van een of meerdere groepen of systemen. Voorbeelden van systemen zijn het team zijn waarin je werkt, de groep zijn waarmee je wekelijks yoga doet, en natuurlijk je familie. Een systeem functioneert het best als iedereen het gevoel heeft erbij te horen (binding), weet wat zijn of haar plek is (ordening) en er een balans is tussen geven en nemen (uitwisseling).

Werken op de zielslaag

Systemisch werken houdt in dat je op het niveau van de zielslaag gaat kijken naar wat er in een systeem aan de hand is. Daardoor kun je patronen in het systeem zichtbaar maken en krijg je inzicht in het ontstaan van een verstoring. Daar kun je dan verder mee werken en de balans in het systeem herstellen.

De onderliggende principes

De uitgangspunten voor het werken met het familiesysteem zijn de drie liefdesprincipes:

• iedereen heeft evenveel recht om erbij te horen, ook degenen die al overleden zijn, of nooit geboren zijn (miskramen en abortussen)
• iedereen neemt zijn eigen plek in
• er is balans tussen geven en nemen

Trauma’s worden zichtbaar

In een familiesysteem zijn vaak trauma’s aanwezig, doordat situaties met een grote impact niet goed verwerkt zijn. Deze trauma’s zorgen voor verstoringen in het systeem. Daardoor kunnen zelfs patronen ontstaan die van generatie op generatie doorgegeven worden. Bijna iedereen krijgt daarmee te maken in zijn of haar leven, bewust of onbewust. Wat in het verleden gebeurd is, kun je niet ongedaan maken, maar je kunt er wel anders naar gaan kijken.

Iedereen handelt naar beste kunnen

Ik zie dat zo: dat systemisch werk gebaseerd is op liefde betekent voor mij dat je zelf verantwoordelijk bent voor het innemen van je eigen plek met alles wat daarbij hoort. Bovendien ga ik ervan uit dat iedereen, jij dus ook, in principe altijd handelt vanuit liefde en het beste doet waartoe hij of zij op dat moment in staat is op basis van zijn of haar situatie, kennis en ervaring. Bovendien hoef je niet de problemen van anderen op te lossen. Zij hebben zelf het lot te dragen dat hun toegedeeld is. Dit betekent dus dat je de last die jij draagt voor een ander terug mag geven aan diegene.

Kijken met compassie

Neem je deze dingen als uitgangspunt, dan kun je met compassie naar jezelf en anderen kijken. Dat maakt het weer makkelijker om de ander te vergeven als die jou gekwetst heeft. Vergeven doe je niet voor de ander, maar voor jezelf, om zelf rust te krijgen. Die ander moet zelf in het reine komen met wat hij of zijn gedaan of nagelaten heeft.  Daarnaast kun je je dankbaarheid uiten door te buigen voor het lot van diegenen die veel te dragen hebben gehad in hun leven.

Nieuwsgierig naar voorbeelden uit de praktijk?

Ben je nieuwsgierig naar voorbeelden van situaties die je kunt onderzoeken en helen met behulp van systemisch werk, kijk dan eens bij mijn andere blogs.