In bijna iedere familie komt het wel voor dat sommige relaties gewoon niet goed zijn. Dat geldt voor mij ook. Jaren geleden is er iets voorgevallen tussen mijn jongste zus en mij en daarna is het niet meer goed gekomen tussen ons.  Dat knaagde nog altijd aan mij. Daarom heb ik een familieopstelling gedaan om te onderzoeken wat er aan de hand is.

Als zussen ben je niet altijd vriendinnen

Ik ben de oudste van drie dochters en heb me altijd heel verantwoordelijk, als een echte oudste, gedragen. Met mijn middelste zus kan ik het goed vinden, hoewel dat pas gekomen is toen we beiden al volwassen waren. Met mijn jongste zus heb ik ook maar een paar jaar echt contact gehad, ook toen we al volwassen waren. Daarna ging het mis tussen ons, en heb ik nu al tien jaar geen contact meer met haar.

Waarom is dat zo?

Ik heb de afgelopen jaren aan heel wat familieopstellingen meegedaan als representant. En kunnen ervaren wat een krachtig instrument het is om oude patronen bloot te leggen en de vraagsteller inzicht te geven op de invloed daarvan op diens leven. Nieuwsgierig naar wat de onderliggende oorzaak was van de onmin tussen mij en mijn zusje was het vorig jaar september tijd voor mij om zelf vraagsteller te zijn bij een opstelling waarin gekeken werd naar de relatie tussen ons.

Op zoek naar de oorzaak met systemisch werk

De opstelling begon ermee dat de representanten voor mij, mijn zussen en mijn ouders verspreid door de ruimte stonden en dat er onderling weinig verbinding en weinig liefde was. Dat was niet leuk om te zien en voelen, maar was wel herkenbaar.

Op zielsniveau zit het goed

Daarna werd er door de begeleider onderzocht wat er voor ons als kinderen nodig was om te voelen dat we allemaal gedragen werden door onze ouders en elkaar. Uiteindelijk stonden we op een rijtje van oud naar jong, ontspannen tegenover onze ouders. Wat daar precies voor nodig was is niet zo belangrijk. Het resultaat was dat wel: mijn zusje en ik op hadden op zielsniveau weer een goede verstandhouding. Het was heel fijn om te ervaren.

Nog een broer en een zusje

Maar er kwam nog meer uit deze opstelling. In een familieopstelling hoort iedereen erbij, ook degenen die zijn overleden of nooit zijn geboren. Toen tijdens de opstelling werd onderzocht of er nog meer kinderen waren geweest, bleek dat ik een verloren tweelinghelft, een oudere broer die nooit was geboren, had. En dat er tussen mij en mijn middelste zus een miskraam van nog een meisje was geweest.

Mijn vraag was beantwoord

Wat heeft deze opstelling mij gebracht, zul je je afvragen. In eerste instantie rust in mijn hoofd met betrekking tot de situatie met mijn zusje. Ook het besef dat ik niet de oudste ben, maar de tweede in het gezin, heeft gemaakt dat ik minder het gevoel heb dat ik als oudste ook de verstandigste “moet” zijn. Daardoor voel ik me minder verantwoordelijk en vrijer om te doen wat voor mij goed voelt.

Maar er was nog wel iets anders op te lossen

Tijdens de opstelling heb ik kunnen ervaren hoe fijn het was om die oudere tweelingbroer te ontmoeten. Pas een half jaar later kwam ik erachter dat het verliezen van mijn tweelinghelft een traumatische ervaring is geweest. Daar zal ik een latere blog meer over vertellen.

Meer weten?

Voor mijzelf is een opstelling over mijn plek in mijn gezin van herkomst heel verhelderend geweest. Wil je weten waar systemisch werk jou mee zou kunnen helpen? Aarzel dan niet contact met me op te nemen.